maandag 21 augustus 2017

Bruine gent of geen bruine gent …

Zo, die knalde er even goed in vanmorgen zeg. Ik was nog aan het bedenken waar vandaag heen te gaan toen die melding: ‘bruine gent over de Lek bij Jaarsveld’. Bruine gent? Nee, geen verschrijving, geen misklik, foto was duidelijk genoeg: bruine gent! Zo van de Kaapverden of de Cariben: dat verwacht je nog niet eens bij Westkapelle, laat staan over de Lek bij Jaarsveld. We wreven ons de ogen uit, konden het nog nauwelijks geloven maar die foto! en gingen dus op zoek. Half vogelend Nederland, zowat heel vogelend Utrecht bracht deze zondagochtend door langs de Lek tussen pakweg Jaarsveld en Rhenen, op zoek naar deze spookvogel, deze fata morgana. Maar verdere berichten bleven uit. Geen spoor. Zelf was ik naar de Blauwe Kamer, in de ijdele hoop … Kansloze missie: ik was daar net een tijdje aan het rondkijken, kneutjes, grote zilverreiger, lepelaar en bereidde me al voor op uren wachten, toen er een alert binnenkwam met een melding uit Duitsland: een bruine gent was zojuist waargenomen bij Tinholt, net over de grens bij Slagharen, vliegend naar oost. Einde verhaal dus, voor ons in Nederland. De vogel had blijkbaar al heel vroeg een afslag naar noordoost genomen en was ongezien met een vaartje van ruim 40 kilometer per uur over de Veluwe en de Achterhoek geknald. Ik kon gerust terug naar Rhenen om die andere, iets bescheidener maar ook iets kansrijker onderneming aan te vangen: naar Baarn voor een ralreiger in de Eempolders. Ach wat is een ralreiger vergeleken met een bruine gent? Maar eenmaal gewend aan het idee dat deze dag zonder bruine gent zou blijven, is ralreiger natuurlijk nog altijd een mooie soort die bovendien ook vandaag nog aanwezig blijkt langs de Noord Ervenweg.
Van Utrecht naar Baarn via Rhenen: het is wat omslachtig maar uiteindelijk kom je er wel. Dus stond ik om kwart over twee langs de Noord Ervenweg in een groepje gelijkgestemden die allemaal welgemoed bruine gent op hun diplijst hadden gezet (maar kon je dit wel dippen noemen? Waar ik vanmorgen was, is voor zover bekend nog nooit een bruine gent in de buurt geweest), en nu op zoek waren naar een hele sjieke troostprijs. Die viel nog niet mee. Nou ja, ik had ‘m vrijwel meteen want ik mocht even door de telescoop van de gebroeders van der Meer kijken, waarvoor nog dank, en zag toen net zijn kop boven het hoge gras uitsteken. Maar daarna was-ie lange tijd vrijwel onzichtbaar in de weelderige vegetatie in en langs de sloot. Uiteindelijk is het toch naar tevredenheid gelukt: van tijd tot tijd was de vogel aardig zichtbaar in de slootkant. Ik nam er genoegen mee en ging verderop kijken. Verwilderde weilanden, uitgebloeide plantenresten, een plasje hier, een plasje daar, jagende bruine kiekendieven en misschien wel tien grote zilverreigers, en aan de andere kant schone, onberispelijke grasakkers. Casarca’s op het Eemmeer, daar ook misschien wel duizend knobbelzwanen en terug over de Noord Ervenweg waar me al van afstand opviel dat de (bescheiden) menigte nu aan de andere kant van de weg stond. Ik overwoog de verschillende opties die daaraan ten grondslag konden liggen maar uiteindelijk bleek de meest voor de hand liggende de juiste: ralreiger zat zo dichtbij dat men voorzichtigheidshalve wat extra afstand had genomen. Wat volgde was een ware ralreigershow. Op amper tien meter afstand en nu volledig vrij zichtbaar was de vogel aan het jagen, haalde af en toe fel uit naar een kikker, sloeg even de vleugels uit en ging tenslotte zelfs een rondje vliegen. En dat is iets prachtigs, een vliegende ralreiger. In verende vlucht ondergaat-ie een ware gedaantewisseling: van een overwegend beige-bruine verschijning verandert-ie door zijn ineens voluit zichtbare, grotendeels witte vleugels in een lelieblank engeltje.
Het was voor ons dan wel een dag zonder bruine gent vandaag, maar dat is natuurlijk geen uitzondering. Het was ook een dag met een bijzonder fraaie ralreiger en dat is wel, nog steeds, een uitzondering.

20 augustus 2017






woensdag 16 augustus 2017

Waterrietzanger

Ik had tot nu toe geen gelukkige ervaringen met waterrietzanger. Een jaar of vijftien geleden zag ik er een, met alles erop en eraan. Anderhalve tel lang, daarna vloog-ie weg en zag ik ‘m niet meer terug. En een paar jaar geleden zag ik enkele milliseconden een kop en één keer een schim van de rug. Dat was het wel zo’n beetje. Jaar in jaar uit doe ik mijn best maar het ene jaar ben ik net op vakantie en het andere jaar laat-ie zich heel augustus niet zien. Of net niet als ik er ben. Al heel wat uren heb ik vergeefs staan wachten en turen tussen rietvelden, slootkanten en zeggenlandjes. Dus toen enkele dagen terug ineens een tsunami aan waterrietzangers in Nederland opdook, net terwijl ik op de camping in de Ardennen genoot van een welverdiende vakantie, zag ik de bui al hangen. Gelukkig bleken er na onze thuiskomst nog een paar over.
Dus vandaag op jacht naar de waterrietzanger. Hendrik-Ido-Ambacht moest het worden. Vanmiddag, na een buiige periode, stond ik tussen de rietvelden, slootkanten en zeggenlandjes in polder Sandelingen-Ambacht. Prettig gezelschap, af en toe een zonnetje maar een paar uur lang niks. Een paar late gierzwaluwen over, een visdiefje en een grote keizerlibel, maar van geen enkele waterrietzanger enig spoor. Zo fraai waren de foto’s van afgelopen dagen, vanmorgen ook nog gemeld maar helaas. Enigszins moedeloos wordt je daar wel van, maar nog niet alle hoop was verloren: de afgelopen dagen bleek de vogel geregeld aan het eind van de middag of het begin van de avond weer gezien te zijn. Het werd kennelijk een latertje. Ik was daar niet helemaal op berekend maar had dus wel de tijd om even het dorp in te gaan om wat foerage in te slaan. En even pauze: ook wel lekker.
Uur of half vijf terug. Rustig. We zijn met zijn drieën nu, maar al gauw komen er wat meer vogelaars kijken. Het is inmiddels prettig zonnig, hoewel misschien nog ietsje teveel wind? Weer staan we een uur. Niets. Anderhalf uur. Iets scharrelt onder in de rietrand aan de overkant van de sloot. Rietzanger. Onmiskenbaar een gewone, en de opwinding, het gevoel van hoop ebt weer weg. Maar dan roept iemand: waterrietzanger! Eerst mis ik ‘m nog, grrr, heb ik weer. Bij de tweede melding zie ik ‘m: één moment, dan verdwijnt-ie weer in het riet. Nee, heb ik niks aan, is niks meer waard dan mijn twee voorgaande gevallen. Schiet niet op zo. Maar daarna komt toch alles goed: waterrietzanger in de rietrand tegenover! En daar laat-ie zich geweldig zien. Samen overigens met twee rietzangers waarvan één een juveniele vogel met opvallende middenkruinstreep. Oppassen dus. Maar de vogel in kwestie laat zich goed genoeg zien en toont duidelijk een zuiver geelbruine middenkruin én geelbruine banen op de bovendelen en die combinatie is (bij een rietzanger-met-kleine-letter) diagnostisch. Ook verder ziet-ie er helemaal goed uit. Waterrietzanger dus. Eindelijk mijn volmaakte waterrietzanger.

12 augustus 2017

Roodborsttapuit

‘Blijf je altijd vol verlangen, dan zie je slechts wat je beoogt’, schreef ooit Lao Zi. Toevallig las ik dat vandaag. Het is een wijsheid die wij vogelaars ons mogen aantrekken. Op meerdere manieren. Daarom vandaag maar eens roodborsttapuit getwitcht, want die ontbrak nog op de vakantielijst terwijl er voldoende geschikt biotoop aanwezig lijkt en er her en der ook wel een paar gemeld waren. Ja, het twitchersbloed kruipt waar het niet gaan kan, grijpt elke gelegenheid, elke soort die maar enigszins in aanmerking komt aan. De hooglanden achter de camping op. Ik ben nog maar weinig die kant op geweest en dat bleek onterecht want temidden van de meestal nogal overweldigend lege glooiingen kun je er plotseling verzeild raken in kleine schilderachtige landschapjes. Ik vond daar niet alleen roodborsttapuiten maar bijvoorbeeld ook gele kwikstaarten, ook niet eerder deze vakantie, en meen daarmee de wijsheid van Lao Zi afdoende te hebben weerlegd. Meest droog toen nog. Later in de middag en avond meest (zeer) nat.

10 augustus 2017



Dolmens

Het is een beetje een traditie deze tijd van het jaar: deskundigen, al dan niet zelfbenoemd, die vaststellen dat vakantie helemaal niet goed voor ons is. Dat we er alleen maar moe van worden, overspannen van raken, dat we beter thuis kunnen blijven. ‘Toeristisch musturberen’: toe maar. Want voor de vakantie moet er nog zoveel worden gedaan. En tijdens de vakantie stapelt het nieuwe werk zich alweer op. Wie denkt dat tijdens de vakantie de batterij weer wordt opgeladen, komt bedrogen uit. Aldus vandaag bijvoorbeeld weer Peter de Waard in de Volkskrant. De enige oplossing is het afschaffen van vakantie.
Geloof ze maar niet. Ons is het in elk geval opnieuw gelukt: heerlijke, ontspannen vakantie gehad. In de Ardennen dit keer.
Naast de heuvels en de dalen, de steile rotswanden af en toe en de kloven, de hooglanden, de bloemenweiden en de soms weelderige bossen die de hellingen overspoelden en temidden van dat alles natuurlijk de Ourthe die kronkelt door het Waalse land, naast dat alles kennen de Ardennen ook, zo is ons inmiddels gebleken, megalieten. Dolmens en menhirs, reusachtige stenen uit onheuglijke tijden, als tastbare legendes, gematerialiseerde sprookjes. En bovendien zijn die al te vinden op zo’n vijf kilometer lopen vanaf onze camping aan de Ourthe bij Barvaux. Op een dag moest ik daar naartoe, en die dag was vandaag.
Het is al met al een succesvolle dolmen-twitch geworden. Het fijne van dolmens is natuurlijk dat die dingen, in tegenstelling tot bijvoorbeeld waterrietzangers, al duizenden jaren staan of liggen waar ze staan of liggen en dat de kans dus vrij groot is dat ze er de dag dat jij ze gaat kijken, ook nog wel zullen zijn. Dus bij soms zon en meest wolkenvelden een mooie wandeling gemaakt over hoge en verre velden en langs hoge en verre bossen naar het pastorale Wéris, centrum van de oudheidkundige monumenten in de omgeving. En langs liefst vijf megalithische monumenten van duizenden jaren oud, van een grillig gevormde rechtop staande witte reuzensteen hoog op een heuveltop tot een bijna complete hunebed langs de weg even buiten Wéris. Ze riepen weer die onvermijdelijke vragen op naar het hoe en het waarom, vragen waarop nog geen antwoorden bestaan. Geen vogels van betekenis vandaag, maar dat is in deze context een futiliteit. Wel boswitjes trouwens, kleine witte vlindertjes, als elfjes, op een zonnig moment op een open plek in het bos, en op een of andere manier vond ik die wel passend. Al lagen de bijbehorende sprookjes toen alweer ver achter me.

9 augustus 2017






dinsdag 25 juli 2017

Flamingo’s

Ja, je moet wat met je vrije zondagmiddag. Maar wie gaat er nou naar flamingo’s als er grote grijze snip of slangenarend te halen is, en misschien zelfs wel grijze wouw of bonapartes strandloper? Wat sta je daar dan aan het Veluwemeer te kijken naar die magere heinen in suikerzoet roze? Dierentuindieren toch? Heb je niks beters te doen?
Daar valt weinig tegen in te brengen. Alleen dat die snip en die bona zo achterlijk ver weg zitten. Dat die grijze wouw door niemand meer is teruggevonden. En dat ik al een slangenarend heb dit jaar. Want wij zijn toch ook altijd een beetje lijstjesmensen, wij vogelaars, en flamingo was nog nieuw voor mijn jaarlijst. Elk weekend een nieuwe en ik zit eind december alweer zowat aan de driehonderd.
Maar daar gaat het natuurlijk niet om. Het gaat erom dat de zon nog volop scheen, vanochtend. Dat ik langs landgoed Schouwenburg kwam, een Historische Buitenplaats gelegen tussen 't Harde en Elburg, lees ik op internet. Klassiek decor van besloten weidepercelen omgeven door bosranden en boomlanen en met een mooie groene specht in het gras. Natuurlijk, daar zijn er meer van, maar hier was ik nog nooit geweest. Ik kwam langs Doornspijk, klein en onbeduidend, en door het polderland tussen Doornspijk en het Veluwemeer, met onder andere een paar grote zilverreigers en roeken. Ach, veel had het eerlijk gezegd niet om het lijf, er zijn daar mensen voor wie dat dagelijkse praktijk is maar voor mij was het nieuw en dat geeft op zo’n zondagochtend in juli toch een aangenaam vakantiegevoel. Toen ik aan de oever van het Veluwemeer kwam, werd het echt de moeite waard. En niet alleen vanwege die flamingo’s. Die er zaten trouwens, netjes op hun plek, zes tropische verrassingen in een context van Hollands polderland en Hollandse wateren: fijn roze in een decor van groen, blauw en geel. Toch een mooie combinatie van kleuren. Langs het Veluwemeer ook rietlanden met modderige kreken, met bruine kiekendief en baardmannetje. Tenslotte belandde ik in Elburg, en Elburg is simpelweg een prachtig oud Hanzestadje. Een klein sprookje, een openluchtmuseum. Uit het boekje: toegangspoort, sjieke hoofdstraat, smalle steegjes, smal grachtje, oude gevelwerken en een monumentale ouder kerk, alles omringd door idyllische vestingwerken met oude Joodse begraafplaats. Het was alles bij elkaar genoeg om een ochtendje volmaakt gelukkig te zijn.

Vooruit, ’s middags op weg naar Leusden nog even de slangenarend geprobeerd. Die gaf niet thuis. Niet zo vreemd eerlijk gezegd, aangezien het weer inmiddels aardig herfstig was geworden. Wind en wolken en een beetje regen, daar gedijen slangenarenden niet bij.

23 juli 2017








zondag 9 juli 2017

Vlindertwitch

Het was grijzer dan we gehoopt hadden toen we op de fiets op weg waren vanuit Steenwijk naar de Weerribben. Niet helemaal goed voor vlinders, vreesde ik. Maar koud was het niet, en het was droog, voorlopig. Eenmaal de bestemming bereikt, een fraai complex van rietland, moerasbos, schrale graslanden, sloten vol krabbenscheer en watertjes vol waterlelies, was af en toe al iets van een zonnetje waarneembaar. Tuinfluiters, geelgors, kleine karekiet, bosrietzanger, matkop en kleine bonte specht: zon of geen zon, de vogels deden gewoon alsof het nog lente was. Maar de plek is vooral vermaard vanwege de insecten. Gewone pantserjuffer, viervlek, zwarte en bloedrode heidelibel, vuurlibel en een gevlekte witsnuitlibel die even kwam poseren op het pad. En ook de vlinders vlogen volop: koevinkjes, bruine zandoogjes, atalanta’s, landkaartjes, groot dikkopje en distelvlinder. Onder meer. Ook geregeld zon inmiddels en dan waarlijk warm. Het kwam wel goed, vond ik.
Doelsoort voor vandaag: grote vuurvlinder. Eindelijk hoopte ik eens deze schoonheid te zien te krijgen, pronkstuk van de Nederlandse natuur en volgens sommigen de mooiste vlinder van Nederland. In elk geval een van de zeldzaamste. Hun tijd was weer gekomen en dit was er de juiste plek voor.
Dit was dus, kortom, mijn al bijna traditionele jaarlijkse vlindertwitch.
We liepen al een tijdje te zoeken en zoals altijd begon de goede moed mij langzaam te ontglippen toen we een fotograaf zagen met camera gericht. Daar moesten we zijn en inderdaad: vrouwtje grote vuurvlinder, wees hij ons! Ik zal het kort houden: het was weer volbracht. Nog wel niet het mannetjes, maar ook deze was prachtig. Vooral als ze een stukje vloog knalde het oranje je tegemoet, al moet men de subtiele blauwgrijze kleuren op de ondervleugel niet onderschatten. Toen even later verderop een grote weerschijnvlinder over ons heen vloog, ook al zo’n pronkstuk, was ons uitstapje meer dan geslaagd. Dan wel niet zo mooi gezien als je hoopt, maar dat bewaren we voor later.
Tijd dus om nog wat in de omgeving rond te kijken. We fietsten langs nog meer rietvelden, langs nog meer sloten en plassen en nog meer moerasbossen. Af en toe ook langs een soort openluchtmuseum, met een oude molen hier, een ouderwetse schuine houten windmolen daar, een oude boerenschuur en oude, kleine arbeidershuisjes, inmiddels overigens meest omgevormd tot vakantiehuisjes. De armoede van vroeger omgevormd tot hedendaagse overvloed, ja, er bestaat ook nog vooruitgang, echt waar. Af en toe purperreiger, een paar zwarte sterns, boomvalk en een fraaie roerdomp in vlucht boven de rietvelden om ook de vogelaar in mij tevreden te houden. En zo belandden we langs een kanaal en langs nog meer rietvelden en nog meer sloten en plassen en een uitzichtplateau met zich op enkele van die sloten en plassen waar onder andere diverse vuurlibellen. Ook al zo’n prachtig beest, met zijn felle, vuurrode kleuren. Verderop was een smal spoor de vegetatie in en daar vonden we eerst het vrouwtje en daarna, de heilige graal van een dagje Weerribben in juli: mannetje grote vuurvlinder! Wat daarvan nog te zeggen? Waarlijk oogverblindend. De mooiste vlinder van Nederland? Ik durf het niet tegen te spreken.

8 juli 2017






zaterdag 8 juli 2017

Alphen a/d Rijn

Een mooie zomerse dag, met veel zon en weer eens aardig warm. Naar het buitengebied van Alphen a/d Rijn. Niet voor het eerst, realiseer ik me: kerkuil, afrikaanse woestijngrasmus, grauwe fitis, al was die laatste eigenlijk niet in het buitengebied maar eerder in hartje Alphen a/d Rijn. Dit keer was het een kwak die me voerde naar dit zeer modale stadje dat sluimert in het groene hart van Zuid-Holland. Naar een complex van park en golfbaan aan de oostkant van de gemeente. Recreatiegebied doorweeft door een netwerk van sloten met rietoevers en verruigde kades met oude populieren en wilgen. Prachtige oude natuur in een context van hedendaagse recreatie: gladgeschoren gazons, golflinks als laagpolige tapijten, fraai vormgegeven bosschages, picknickbanken en deftige dames en heren die golfkarretjes achter zich aan slepen. Zo sjiek dat dat voor ze gedaan wordt door donker gekleurde knechten is het hier nog net niet.
Voor kwak dus. Ach kwak: elke kwak in Nederland is van twijfelachtige herkomst. Maar hoe je er ook over denkt, het is en blijft een mooie vogel. En ik wijdt daar met genoegen een paar uurtjes van een mooie zomerse dag aan. En daarbij, ik weet dat sommige mensen daar anders over denken, maar twitchen is natuurlijk heel erg leuk. Het is bijna (bijna?) verslavend: die jacht, die speurtocht, eerst naar de juiste plek, daarna naar de vogel, de spanning en uiteindelijk, hopelijk, de ontlading: hebbes! Je kunt zo van een vogel genieten als je er zo je best voor hebt moeten doen! Ook al betreft het ‘slechts’ een kwak. Of twee kwakken, in dit geval.
Natuurlijk, je kunt ook enorm van een vogel genieten als die je zomaar in de armen vliegt, elke werkelijkheid heeft nou eenmaal twee kanten. Maar dit keer moest ik er mijn best voor doen. Hoewel ook weer niet al teveel, die ontlading was er vlot. Want bij aankomst werd-ie me meteen gewezen: prachtige adulte kwak zat onderin een struik aan de overkant van de sloot. Mooi! Nog mooier werd het toen-ie de sloot over vloog en op amper tien meter ging staan balanceren op een balk in het water. Toen-ie werd teruggejaagd door een overijverige grasmaaimachine, hadden we dat moment in elk geval alvast in de pocket. En toen we ook nog eens de tweede vogel ontdekten, aan de overkant van de sloot, was het al met al een volmaakte twitch, en konden we op weg naar huis een feestje vieren. Een heel klein feestje.

7 juli 2017